Het enige bestaansrecht van een economisch stelsel is naar beste vermogen bij te dragen aan een menswaardig bestaan van alle wereldbewoners, in respect voor de natuur. *) De huidige economische orde - de "vrije" markt ofwel het kapitalisme - komt hier per definitie niet aan toe. Op onderdelen van de maatschappelijke problematiek heeft zij wel bepaalde oplossingen gebracht, maar die verbeteringen wegen niet op tegen de nadelen. Op gezette tijden produceert de "vrije" markt namelijk onvermijdelijk crises, depressies en recessies die steeds ernstiger worden. De directe schade van de huidige recessie, bijvoorbeeld, beloopt wereldwijd ongeveer 7000 miljard dollar, en de indirecte schade (koersdalingen op de beurzen als gevolg van die crisis)  50.000 miljard dollar. Verder heeft de "vrije" markt nauwelijks boodschap aan de oplossing van sociale en ecologische problemen, omdat daar altijd te weinig geld voor is. Op de derde plaats is zij vrijwel aanhoudend en structureel zo armlastig, dat zij bijna voortdurend overheidssteun nodig heeft. In plaats van de samenleving te dienen, moet de samenleving haar ondersteunen: de omgekeerde wereld. Het betreft hier geen toevallige en incidentele gebreken waarvoor oplossingen bestaan. Ze behoren onvermijdelijk bij de "vrije" markt: het is de aard van het beestje. Vandaar de noodzaak te zoeken naar een andere vorm van economie.

 

DE AARD VAN HET BEESTJE

 

De beschrijving van die aard begint bij de bron van de winst voor de kapitalist. Die bron vinden we waar de werker voor een deel van zijn arbeid geen loon ontvangt. Hij produceert dus meer waarde (meerwaarde genoemd) dan waarvoor hij betaald wordt. Die meerwaarde gaat naar de ondernemer en wordt in winst, in geld, omgezet door verkoop op de markt van producten en goederen die meerwaarde bevatten.

    Hier beginnen de problemen. Omdat de consument zijn euro maar één maal kan uitgeven, raken de ondernemers op de markt in een moordende concurrentie met elkaar: wie verliest verdwijnt van de markt.

    Het is dus zaak goedkoop te produceren. Dit wordt gerealiseerd door zoveel mogelijk menselijke arbeid te vervangen door machines, die goedkoper en sneller produceren: kapitaalintensieve productie. Geen enkele ondernemer ontkomt er aan.

    Maar op gezette tijden het machinepark te moeten vernieuwen, leidt tot een grote druk op de winst. De winstvoet vertoont dan ook de neiging te dalen.

    De oplossing die men probeert is ondermeer ondersteuning door de overheid, loonmaatregelen, productie naar lagelonenlanden, en vooral groei(dwang): men moet steeds meer gaan produceren om de winstvoet op te krikken. Dit laatste is tot mislukken gedoemd omdat de koopkracht per definitie tekort schiet. Gevolg: overproductie, faillissementen, massaontslagen­, aandeelhouders die hun geld terugtrekken, kortom: crisis. In de "vrije" markt is er nooit geld genoeg voor de oplossing van sociale en ecologische problemen, en zij leidt onvermijdelijk tot steeds grotere crises/recessies.

 

OP ZOEK NAAR ALTERNATIEVEN

 

We ontkomen niet aan een alternatieve economie. We geven hier een suggestie, een voorbeeld van hoe men ook anders over economie kan denken dan in termen van geld en de "vrije" markt. Een discussievoorstel dus.

    Een economie met een productiesfeer waarin geen geld meer omgaat, een geldloze economie dus, ontkomt aan de moordende concurrentie en het heilloze gevolg daarvan, die de "vrije" markt kenmerken. In een geldloze economie zijn productiemiddelen, goederen en diensten gratis.

    Om de voor de hand liggende overconsumptie van gratis consumptiegoederen te voorkomen - overconsumptie is zeer schadelijk voor het milieu - gelden de volgende maatregelen. Van ieder consumptiegoed wordt vastgesteld hoeveel vervuiling het veroorzaakt bij de productie. Alle consumenten krijgen van overheidswege een ongeveer gelijk periodiek budget toegekend, dat bestaat uit een bepaalde hoeveelheid vervuilingseenheden. Het periodiek budget vervangt het vroegere loon uit arbeid. Gaf men vroeger 2 euro voor een brood, nu "betaalt" men van het budget zoveel vervuilingseenheden als de productie van dat brood aan milieuvervuiling oplevert. Het periodiek budget is zo samengesteld dat de totale consumptie blijft binnen de draagkracht van het milieu, en tevens een relatief welvarend leven voor iedere wereldburger mogelijk is.

    De ondernemer kan voor gratis productiemiddelen naar de overheid, die over toekenning ervan beschikt. Omdat alle productiemiddelen en consumptiegoederen gratis zijn, staat de overheid niets in de weg al haar taken te vervullen. Belastingheffing is niet meer nodig. Aangelegenheden van groot maatschappelijk belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer, kunnen gratis ter beschikking gesteld worden.

    Economische groei in dit alternatief komt tot stand doordat en wanneer er technologieën ontwikkeld worden, waarin een verhoogde productie mogelijk is zonder het milieu zwaarder te belasten. In zo'n geval stijgt het budget mee.

    De grote zegening van dit alternatief is dat de opbouw van de (wereld)samenleving alleen maar beperkt wordt door de draagkracht van natuur en milieu, en niet langer door (altijd te weinig) geld. Economische recessies zijn de wereld uit, en in plaats daarvan bestaat inkomenszekerheid.

De "vrije" markt is onderhand welletjes. Het is tijd voor alternatieven, voor verandering.

________________________________________________________

*Artikel voor een dagblad door Jo versteijnen.

    

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omhoog Terug