Het Postkapitalisme, een duurzame economie

In ons voorstel zien we een ecologische dimensie van duurzaamheid waar we er zo nadrukkelijk op wijzen en daar ook structuur aan geven dat het milieu...Meer

 niet zo zwaar belast mag worden dat het blijvend verstoord raakt,

de dimensie van sociale duurzaamheid  treedt aan het licht waar we garanties hebben ingebouwd voor een redelijk welvarend leven voor de huidige en toekomstige generaties op deze wereld, bin­nen de grenzen van wat ecologisch verantwoord is,

en de economische structuur van ons postkapitalisme verwijst ook naar duurzaamheid omdat haar doelstelling erop is gericht de huidige en toekomstige generaties in hun behoeften te voorzien, van­­zelfsprekend binnen de draagkracht van het milieu.

 

Je zegeningen tellen

 

De zegeningen van deze duurzame postkapitalistische structuur zijn talrijk, te talrijk voor een volledige opsom­ming binnen dit beperkt toegewezen kader. Daarom volgen hier de meest belangrijke.

 

De allerbelangrijkste zegening, waaruit alle andere postkapitalistische zegeningen voortkomen is, dat in ons begrip van het postkapitalisme, de kapitalistische groeidwang verdwenen is en daarmee ook de on­voor­waardelijke en onvermijdelijke nood­zaak die eigen is aan dat systeem, namelijk om ter wille van de accu­mulatie mens en natuur steeds verder uit te buiten, tot er niets meer uit te buiten valt. Waar het post­kapitalisme het leven weer terug geeft aan mens en natuur, zien we hier het mooiste wat de mens en de natuur kan overkomen na het kapitalisme. Het postkapitalisme is een duurzaam systeem.

 

Een zegening die hier rechtstreeks verband mee houdt is dat geld, en dan speciaal in zijn kapi­ta­lis­tische functie van de eindeloze verrijking van de kapitalist op basis van de uitbuiting van mens en natuur, niet langer meer de wereld regeert. De enige rol van het geld of de vervuilingswaarden/-eenheden die door het postkapitalisme in het persoonsgebonden periodiek budget toegewezen wordt, is de con­sumptie te beper­ken tot een niveau waarop de draagkracht van natuur en milieu niet overschreden wordt. Voor het overige kennen hier economische inspanningen voor welzijn en welvaart van heel de wereldbevolking geen enkele beperking.

 

Het duurzaam postkapitalistisch alternatief kent geen groeidwang. Daar is economische groei geen noodzakelijkheid zonder dat de economie in elkaar stort. In het postkapitalisme kan dan ook voor groei gekozen worden op het moment dat hij wenselijk en haalbaar is, namelijk als en voor zover technologieën worden ont­wikkeld die een verhoogde productie mogelijk maken, maar waarbij geen onverantwoord beslag wordt gelegd op milieu, energie en grondstoffen, evenmin trouwens als op de mens. Hier bestaat de moge­lijkheid te kiezen voor extra groei waar dat nodig is, bijvoorbeeld ontwikkelingslanden, en om in functie daarvan de groei op plaatsen waar al een redelijke welvaart en welzijn heersen, tijdelijk te tempe­ren en te stabiliseren.

 

Omdat postkapitalistische goederen en diensten in principe gratis zijn vanwege de schoning van de pro­ductie, dat is dus een productie waaruit het geld verwijderd is, staat de overheid niets in de weg om basisbehoeften zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer etc. gratis ter beschikking te stel­len. Om haar taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot handhaving en uitbreiding van de verzorgingsstaat weer op zich te kunnen nemen, hoeft de postkapitalistische overheid dus niet te zoeken naar geld dat eerst in de productiesfeer verdiend is en waarvan altijd te weinig is voor leniging van maatschappelijke behoeften. Na het kapitalisme kan schaarste aan geld in ieder geval niet langer meer de reden zijn voor afbraak van de sociale zekerheid. De overheid in ons postkapitalisme staat niets meer in de weg om alle facili­teiten aan te trekken die nodig zijn om welke van haar taken dan ook uit te voeren. Niet langer meer hoeft zij de guardian angel van het kapitaal te zijn, die met nooit aflatende bezuini­gingen tot en met zelfs imperia­listische oorlogsvoering toe, de wensen van het kapitaal behartigt. Het kapitalisme is een oorlogseconomie, het postkapitalisme een vredeseconomie.

 

Omdat postkapitalistische arbeid gratis is kan iedereen die daar fit genoeg voor is, ingeschakeld worden in het arbeidsproces. Het gevolg hiervan is dat de werkweek aanmerkelijk ingekort en de pensioengerech­tig­de leeftijd vervroegd kan worden. Het postkapitalisme kent geen gedwongen (massa)werkloosheid.

 

Anders dan in het kapitalisme, waar bezit van productiemiddelen de eigenaar in de gelegenheid stelt meerwaarde te vormen en de omzetting ervan in winst in eigen zak te steken, zijn de productiemidde­len in het duurzaam postkapitalisme niet langer meer geschikt voor winstbejag. Omdat de productie hier is ge­schoond en arbeid dus gratis is, bestaat hier niet de mogelijkheid meerwaarde op te bouwen. En waar die moge­lijkheid ontbreekt verliest het bezit van productiemiddelen zijn aantrekkelijkheid. Zij zijn niet langer meer geschikt voor winstbejag, maar vormen slechts nog object van management, leiding en beheer, namens en voor de gemeenschap als geheel.

 

Waar de groeiende kloof tussen arm en rijk een onvermijdelijk fenomeen is van het kapitalisme, vin­den we in het periodiek budget van het postkapitalisme garanties voor een in principe gelijk inkomen voor iedereen. Dit sluit aan op een van de hoofddoelen van het postkapitalisme, namelijk sociale rechtvaar­digheid.

 

In het postkapitalisme zullen het recht, de politiek, de moraal, de ideologie, het onderwijs, de media etc. steeds minder de verhulde propagandistische uitdrukking zijn van de belang­en van het kapi­taal. In de postkapitalistische bovenbouw zullen langzaam maar zeker de belangen van de ge­meen­schap van mensen en de natuur en het milieu de boventoon gaan voeren. En waar deze be­langen een vanzelf­sprekendheid zullen gaan krijgen in de hoofden en harten van mensen, zullen sa­men­­wer­king, solidariteit en (meer) respect voor elkaar de door de kapitalistische productie­wijze ver­ziekte verhoudingen tussen de mensen gaan vervangen: vrede in plaats van imperialistische conflic­ten; samenwerking in plaats van moordende concurrentie; gemeenschapsgevoel in plaats van vervreem­ding; vrijheid tot ontplooiing in plaats van onderdrukking en uitbuiting, kortom een op alle gebieden meer menselijke en humane wereld.

 

Socialisme en postkapitalisme

 

Tenslotte nog een vergelijking met het socialisme. Die vergelijking doet er toe omdat we onze duurzame postkapita­listische economie rekenen tot de beste tradities van het socialisme. De knowhow en de tech­niek op allerlei terreinen zijn al ver genoeg gevorderd, er staan ook genoeg grondstoffen ter beschik­king en er zijn genoeg mensen die de nodige arbeidskracht kunnen leveren, om nu en in de toekomst alle bewoners van deze aarde een bestaan in redelijke welvaart en welzijn te garanderen. De basis voor die garantie is de onverbiddelijke eis van sociale rechtvaardigheid. Deze uitgangspunten en dit doel hebben wij met het socia­lisme gemeen. Alleen onze postkapitalistische economische structuur naar dat doel wijkt op een aantal punten van die van het (traditionele) socialisme af.

    Zo gaat het socialisme uit van een economie waarin geld wordt geïnvesteerd in de productie met de bedoe­­ling meerwaarde te vormen en zo winst te maken. In het postkapitalisme is geld uit de productie verwijderd en bestaat geen meerwaardevorming meer, en dus geen winst (wel de vorming van een meer­product, maar dat is iets anders). Waar geld in de pro­duc­tie wordt geïnvesteerd, zoals in het socia­lisme, ontstaat zo goed als zeker de dwang er meer uit te halen dan erin is geïnvesteerd. Een groeidwang is hier per saldo onvermijdelijk, minder hevig en minder ongecontroleerd dan in het kapitalisme, maar toch. Bovendien is geld in de productie ons inziens een oneigenlijk en niet noodzakelijk element, onder meer ingevoerd destijds door bezitters van productiemiddelen die met behulp van investering van geld in de productie nog beter hun belangen behartigd zagen. Daarna is geld in de productie een wijd­ver­breide vanzelfsprekendheid geworden voor ieder economisch systeem. Geld in de productie is een onnodige complicerende factor, die bovendien alle aanleiding en verleiding geeft tot private verrijking en tot het gebruik als machtsmiddel. Het post­kapitalisme kent dan ook een geldloze productie, en daar waar bij de consumptie wordt gekozen voor een periodiek budget van vervuilingswaarden-/eenheden, kent het ook een geldloze consumptie.

    Een volgend verschil met het postkapitalisme is dat in het socialisme de productie­middelen in handen zijn van de overheid als politieke representant van de maatschappij als geheel. Daardoor ontstaat er een democratische controle over investeringen – en dat is goed.  Maar, zoals in de praktijk is gebleken, leidt het ook bijna onvermijdelijk tot de ontwikkeling van staatskapitalisme. En van dat kapitalisme – privaat of van de staat – wilden we toch juist af?  In ons duurzaam postkapi­talisme kan met productiemiddelen geen winst meer nagestreefd worden – noch privaat noch door de staat - en daarom is het bezit ervan niet meer belangrijk, wel management en leiding. En zoals boven al is uiteengezet, is het beheer van produc­tie­­middelen daar in handen van een overheidsinstantie die uitsluitend gericht is op het algemeen belang en door het volk wordt gecontroleerd. Een democratische instantie dus.

    En tenslotte, heeft het socialisme niet een economische structuur die minder duidelijk en dwingend is gericht op een strikt respect voor milieu en natuur, dan ons duurzaam postkapitalisme? Heeft het socia­lis­me zulke krachtige instrumenten als een productiesfeer waarin geen geld meer omgaat en een periodiek budget dat de consumptie houdt binnen de grenzen van wat het milieu kan verwerken?

    Tot zover enkele niet onbelangrijke verschillen tussen het socialisme en het postkapitalisme. Zoals al gezegd zijn onze uitgangspunten en doelstellingen hetzelfde. Maar per slot van rekening staat onze duur­zame post­kapitalistische economische structuur ons inziens verder van het kapitalisme af dan het socialis­me en is daarom veiliger of misschien minder gauw onderhevig aan kapitalistische terugval. Althans….. in ieder geval is het onze bedoeling ons postkapitalisme te presenteren als een serieus discussiestuk.

 

Voor meer informatie

 

Het kader van dit paper laat natuurlijk maar een zeer beknopte, beperkte en eenzijdige informatie over onze opvatting van postkapitalisme toe. Voor verder inzicht kunnen dienen: “Een economie waar ieder­een bij wint” en “Als het tij verloopt moet men de bakens verzetten”. Beide zijn uitverkocht, maar in te zien op de website

www.hoedanwel.konict.nl  , waarbij “Als het tij verloopt…..” ook te downloaden is.   

 

Verder is nog in voorbereiding: “De zak van de duivel is nooit vol”, de vrije markt en het postkapitalisme betreffende.

 

Jo Versteijnen.                                       Bram Snoek

                                                                                                                                 

j.versteijnen@tele2.nl                           bram.snoek@home.nl 

 

 

(Verbergen)
Forum | Laatste bericht

Jo Versteijnen, 20-10-08, 14:19, 9 jaren geleden: Het Postkapitalisme, een duurzame economie In ons voorstel zien we een ecologische dimensie van duurzaamheid waar we er zo nadrukkelijk op wijzen en daar ook structuur aan geven dat het milieu niet zo zwaar belast mag worden dat het blijvend verstoord raakt,

de dimensie van sociale duurzaamheid  treedt aan het licht waar we garanties hebben ingebouwd voor een redelijk welvarend leven voor de huidige en toekomstige generaties op deze wereld, bin­nen de grenzen van wat ecologisch verantwoord is,

en de economische structuur van ons postkapitalisme verwijst ook naar duurzaamheid omdat haar doelstelling erop is gericht de huidige en toekomstige generaties in hun behoeften te voorzien, van­­zelfsprekend binnen de draagkracht van het milieu.

 

Je zegeningen tellen

 

De zegeningen van deze duurzame postkapitalistische structuur zijn talrijk, te talrijk voor een volledige opsom­ming binnen dit beperkt toegewezen kader. Daarom volgen hier de meest belangrijke.

 

De allerbelangrijkste zegening, waaruit alle andere postkapitalistische zegeningen voortkomen is, dat in ons begrip van het postkapitalisme, de kapitalistische groeidwang verdwenen is en daarmee ook de on­voor­waardelijke en onvermijdelijke nood­zaak die eigen is aan dat systeem, namelijk om ter wille van de accu­mulatie mens en natuur steeds verder uit te buiten, tot er niets meer uit te buiten valt. Waar het post­kapitalisme het leven weer terug geeft aan mens en natuur, zien we hier het mooiste wat de mens en de natuur kan overkomen na het kapitalisme. Het postkapitalisme is een duurzaam systeem.

 

Een zegening die hier rechtstreeks verband mee houdt is dat geld, en dan speciaal in zijn kapi­ta­lis­tische functie van de eindeloze verrijking van de kapitalist op basis van de uitbuiting van mens en natuur, niet langer meer de wereld regeert. De enige rol van het geld of de vervuilingswaarden/-eenheden die door het postkapitalisme in het persoonsgebonden periodiek budget toegewezen wordt, is de con­sumptie te beper­ken tot een niveau waarop de draagkracht van natuur en milieu niet overschreden wordt. Voor het overige kennen hier economische inspanningen voor welzijn en welvaart van heel de wereldbevolking geen enkele beperking.

 

Het duurzaam postkapitalistisch alternatief kent geen groeidwang. Daar is economische groei geen noodzakelijkheid zonder dat de economie in elkaar stort. In het postkapitalisme kan dan ook voor groei gekozen worden op het moment dat hij wenselijk en haalbaar is, namelijk als en voor zover technologieën worden ont­wikkeld die een verhoogde productie mogelijk maken, maar waarbij geen onverantwoord beslag wordt gelegd op milieu, energie en grondstoffen, evenmin trouwens als op de mens. Hier bestaat de moge­lijkheid te kiezen voor extra groei waar dat nodig is, bijvoorbeeld ontwikkelingslanden, en om in functie daarvan de groei op plaatsen waar al een redelijke welvaart en welzijn heersen, tijdelijk te tempe­ren en te stabiliseren.

 

Omdat postkapitalistische goederen en diensten in principe gratis zijn vanwege de schoning van de pro­ductie, dat is dus een productie waaruit het geld verwijderd is, staat de overheid niets in de weg om basisbehoeften zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer etc. gratis ter beschikking te stel­len. Om haar taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot handhaving en uitbreiding van de verzorgingsstaat weer op zich te kunnen nemen, hoeft de postkapitalistische overheid dus niet te zoeken naar geld dat eerst in de productiesfeer verdiend is en waarvan altijd te weinig is voor leniging van maatschappelijke behoeften. Na het kapitalisme kan schaarste aan geld in ieder geval niet langer meer de reden zijn voor afbraak van de sociale zekerheid. De overheid in ons postkapitalisme staat niets meer in de weg om alle facili­teiten aan te trekken die nodig zijn om welke van haar taken dan ook uit te voeren. Niet langer meer hoeft zij de guardian angel van het kapitaal te zijn, die met nooit aflatende bezuini­gingen tot en met zelfs imperia­listische oorlogsvoering toe, de wensen van het kapitaal behartigt. Het kapitalisme is een oorlogseconomie, het postkapitalisme een vredeseconomie.

 

Omdat postkapitalistische arbeid gratis is kan iedereen die daar fit genoeg voor is, ingeschakeld worden in het arbeidsproces. Het gevolg hiervan is dat de werkweek aanmerkelijk ingekort en de pensioengerech­tig­de leeftijd vervroegd kan worden. Het postkapitalisme kent geen gedwongen (massa)werkloosheid.

 

Anders dan in het kapitalisme, waar bezit van productiemiddelen de eigenaar in de gelegenheid stelt meerwaarde te vormen en de omzetting ervan in winst in eigen zak te steken, zijn de productiemidde­len in het duurzaam postkapitalisme niet langer meer geschikt voor winstbejag. Omdat de productie hier is ge­schoond en arbeid dus gratis is, bestaat hier niet de mogelijkheid meerwaarde op te bouwen. En waar die moge­lijkheid ontbreekt verliest het bezit van productiemiddelen zijn aantrekkelijkheid. Zij zijn niet langer meer geschikt voor winstbejag, maar vormen slechts nog object van management, leiding en beheer, namens en voor de gemeenschap als geheel.

 

Waar de groeiende kloof tussen arm en rijk een onvermijdelijk fenomeen is van het kapitalisme, vin­den we in het periodiek budget van het postkapitalisme garanties voor een in principe gelijk inkomen voor iedereen. Dit sluit aan op een van de hoofddoelen van het postkapitalisme, namelijk sociale rechtvaar­digheid.

 

In het postkapitalisme zullen het recht, de politiek, de moraal, de ideologie, het onderwijs, de media etc. steeds minder de verhulde propagandistische uitdrukking zijn van de belang­en van het kapi­taal. In de postkapitalistische bovenbouw zullen langzaam maar zeker de belangen van de ge­meen­schap van mensen en de natuur en het milieu de boventoon gaan voeren. En waar deze be­langen een vanzelf­sprekendheid zullen gaan krijgen in de hoofden en harten van mensen, zullen sa­men­­wer­king, solidariteit en (meer) respect voor elkaar de door de kapitalistische productie­wijze ver­ziekte verhoudingen tussen de mensen gaan vervangen: vrede in plaats van imperialistische conflic­ten; samenwerking in plaats van moordende concurrentie; gemeenschapsgevoel in plaats van vervreem­ding; vrijheid tot ontplooiing in plaats van onderdrukking en uitbuiting, kortom een op alle gebieden meer menselijke en humane wereld.

 

Socialisme en postkapitalisme

 

Tenslotte nog een vergelijking met het socialisme. Die vergelijking doet er toe omdat we onze duurzame postkapita­listische economie rekenen tot de beste tradities van het socialisme. De knowhow en de tech­niek op allerlei terreinen zijn al ver genoeg gevorderd, er staan ook genoeg grondstoffen ter beschik­king en er zijn genoeg mensen die de nodige arbeidskracht kunnen leveren, om nu en in de toekomst alle bewoners van deze aarde een bestaan in redelijke welvaart en welzijn te garanderen. De basis voor die garantie is de onverbiddelijke eis van sociale rechtvaardigheid. Deze uitgangspunten en dit doel hebben wij met het socia­lisme gemeen. Alleen onze postkapitalistische economische structuur naar dat doel wijkt op een aantal punten van die van het (traditionele) socialisme af.

    Zo gaat het socialisme uit van een economie waarin geld wordt geïnvesteerd in de productie met de bedoe­­ling meerwaarde te vormen en zo winst te maken. In het postkapitalisme is geld uit de productie verwijderd en bestaat geen meerwaardevorming meer, en dus geen winst (wel de vorming van een meer­product, maar dat is iets anders). Waar geld in de pro­duc­tie wordt geïnvesteerd, zoals in het socia­lisme, ontstaat zo goed als zeker de dwang er meer uit te halen dan erin is geïnvesteerd. Een groeidwang is hier per saldo onvermijdelijk, minder hevig en minder ongecontroleerd dan in het kapitalisme, maar toch. Bovendien is geld in de productie ons inziens een oneigenlijk en niet noodzakelijk element, onder meer ingevoerd destijds door bezitters van productiemiddelen die met behulp van investering van geld in de productie nog beter hun belangen behartigd zagen. Daarna is geld in de productie een wijd­ver­breide vanzelfsprekendheid geworden voor ieder economisch systeem. Geld in de productie is een onnodige complicerende factor, die bovendien alle aanleiding en verleiding geeft tot private verrijking en tot het gebruik als machtsmiddel. Het post­kapitalisme kent dan ook een geldloze productie, en daar waar bij de consumptie wordt gekozen voor een periodiek budget van vervuilingswaarden-/eenheden, kent het ook een geldloze consumptie.

    Een volgend verschil met het postkapitalisme is dat in het socialisme de productie­middelen in handen zijn van de overheid als politieke representant van de maatschappij als geheel. Daardoor ontstaat er een democratische controle over investeringen – en dat is goed.  Maar, zoals in de praktijk is gebleken, leidt het ook bijna onvermijdelijk tot de ontwikkeling van staatskapitalisme. En van dat kapitalisme – privaat of van de staat – wilden we toch juist af?  In ons duurzaam postkapi­talisme kan met productiemiddelen geen winst meer nagestreefd worden – noch privaat noch door de staat - en daarom is het bezit ervan niet meer belangrijk, wel management en leiding. En zoals boven al is uiteengezet, is het beheer van produc­tie­­middelen daar in handen van een overheidsinstantie die uitsluitend gericht is op het algemeen belang en door het volk wordt gecontroleerd. Een democratische instantie dus.

    En tenslotte, heeft het socialisme niet een economische structuur die minder duidelijk en dwingend is gericht op een strikt respect voor milieu en natuur, dan ons duurzaam postkapitalisme? Heeft het socia­lis­me zulke krachtige instrumenten als een productiesfeer waarin geen geld meer omgaat en een periodiek budget dat de consumptie houdt binnen de grenzen van wat het milieu kan verwerken?

    Tot zover enkele niet onbelangrijke verschillen tussen het socialisme en het postkapitalisme. Zoals al gezegd zijn onze uitgangspunten en doelstellingen hetzelfde. Maar per slot van rekening staat onze duur­zame post­kapitalistische economische structuur ons inziens verder van het kapitalisme af dan het socialis­me en is daarom veiliger of misschien minder gauw onderhevig aan kapitalistische terugval. Althans….. in ieder geval is het onze bedoeling ons postkapitalisme te presenteren als een serieus discussiestuk.

 

Voor meer informatie

 

Het kader van dit paper laat natuurlijk maar een zeer beknopte, beperkte en eenzijdige informatie over onze opvatting van postkapitalisme toe. Voor verder inzicht kunnen dienen: “Een economie waar ieder­een bij wint” en “Als het tij verloopt moet men de bakens verzetten”. Beide zijn uitverkocht, maar in te zien op de website

www.hoedanwel.konict.nl  , waarbij “Als het tij verloopt…..” ook te downloaden is.   

 

Verder is nog in voorbereiding: “De zak van de duivel is nooit vol”, de vrije markt en het postkapitalisme betreffende.

 

Jo Versteijnen.                                       Bram Snoek

                                                                                                                                 

j.versteijnen@tele2.nl                           bram.snoek@home.nl 

 

 


Forum | Omhoog
Omhoog Terug